Het koreaans is verwant aan het japans en aan de altaïsche talen, zoals het mantsjoes, mongools, toengoes
en het turks. Rond het begin van de jaartelling waren er op het Koreaanse schiereiland en het aangrenzende Mantsjoerije
twee taalgroepen: de noordelijke Pujo-groep en de zuidelijke Han-groep. Toen in de 7e eeuw de drie koninkrijkjes
op het schiereiland werden samengevoeogd onder de Silla-dynastie werd het zuidelijk Han-dialect overheersend. Dat
veranderde in de 10e eeuw weer toen de hoofdstad werd verplaatst van het zuiden naar het noordelijk gelegen
Kaesong. De aldaar gesproken streektaal werd toen de maatstaf voor het algemeen koreaans. Het huidige koreaans is
een directe afgeleide van dit midden-koreaans.
Het Koreaanse schrift werd pas in 1443 ingevoerd door Sédzjong, de vierde koning van de Ji-dynastie.
Hij verklaarde dat het Koreaanse volk zijn eigen taal, het han'gul, op zijn eigen manier behoorde te gaan
schrijven in plaats van met Chinese tekens. De juiste klanken en letters werden in 1446 vastgelegd in een
officieel document.
Het omzetten van het Koreaanse schrift naar het latijnse schrift gebeurd fonetisch. Het meest gehanteerde systeem
is het R.O.K.-systeem dat hieronder staat.
|